De eerste honderd

De eerste honderd (en de rest)
 
Ooit in een vaag voorjaar was er een moment waarop iemand mij vroeg of ik bij Eemsmond Runners niet af en toe een training kon geven. De suggestie was dat ik dat zou kunnen en leuk zou vinden. Over dat laatste twijfelde ik maar omdat ik nooit nee heb leren zeggen zei ik ja. Over het eerste hoefde niemand te twijfelen, dat klopte gewoon niet. Zelf had ik dat echter niet in de gaten en zo gebeurde het dat ik in 2015 zeven keer een training gaf, voor wat het en ik waard waren.
Daarna vroeg René La Crois of ik niet de trainerscursus wilde doen. Hij had vast gemerkt dat er niets van deugde en wilde maatregelen nemen. Ik zei alweer ja, en gedurende de cursus stond ik nog eens dertien keer voor de groep. Ik slaagde en op 26 maart 2016 werd ik gediplomeerd als Basis Looptrainer 3 Atletiekunie, bondsnummer 861536. Ruim een jaar later, op 8 juni om precies te zijn, was er het historische feit van mijn honderdste training. Omdat het Hogeland College voor een aantal klassen graag 'clinics' wilde zat ik drie weken later opeens rond honderdtwintig en nu ik dit alles schrijf ben ik op weg naar honderdveertig maar dat maakt niet uit, de mijlpaal blijft een feit.
Bij mensen die écht belangrijke dingen doen is het een goed gebruik om na hun eerste honderd stil te staan bij hoe het gaat. Voor mij staan de eerstehonderd-analisten niet in de rij natuurlijk. Ik moet het dus zelf doen. Wat best eng is, want ik vind dat het eerlijk moet, en dus kritisch.
 
Gediplomeerd
 
Natuurlijk was ik blij toen ik 'BLT3' gehaald had. Maar ik voelde me meer gediplomeerd dan trainer. Misschien had ik van de cursus teveel verwacht. Misschien had ik mezelf overschat. Mijn geloofsbrieven bij het begin van de cursus waren niet best, moet ik erkennen: meer dan twintig jaar geleden veel gelopen maar nooit in verenigingsverband, zelden onder leiding van een trainer en nooit 'gericht'. Nooit verder gekomen dan de halve marathon en daarna geen stap meer gezet totdat ik twee decennia later bij Eemsmond Runners opnieuw begon. Een heel verschil met medecursisten die soms jarenlange baanatletiekervaring hadden opgedaan, verschillende trainers versleten, serieuze wedstrijden en/of marathons gelopen. Maar toch was de belangrijkste factor misschien niet dát, maar het feit dat ik dingen moet doorgronden om er mee te kunnen werken. Zo zit ik blijkbaar in elkaar. Nu ik anderhalf jaar later terugkijk zie ik de cursus als een som van brokjes en grote lijnen. Voor mij was niet alles er, en viel niet alles precies op zijn plek. Daardoor werd het soms net te veel 'doe maar zoals wij zeggen, dan ben je best goed bezig', en dat werkt bij mij niet.
 
Dus moet ik nu zelf ontdekken. Eigenlijk vind ik dat ook prima, het is alleen lastig. Er is geen makkelijk toegankelijke plek om snel alle kennis op te halen (boeken zijn tijdrovend, tijdschriften leveren vooral snippers, op internet staat teveel bagger, regelmatig trainingen van anderen bezoeken lukt niet), noch een simpele en snelle manier om intens en frequent van alles uit te proberen. Het zij zo. Er is vooruitgang, het gaat alleen tergend langzaam.
 
Dat brengt me trouwens bij een horde die we even samen moeten nemen voordat ik weer alleen verder kan. Let dus op. Ik merk bij herhaling dat Anderen beginnen te dempen als ik rond het geven van een training laat merken dat ik ontevreden ben over mezelf. Het was wél goed, zeggen ze dan, je bent te kritisch, stelt te hoge eisen, enzovoort.
Hoezo? Het is goed bedoeld natuurlijk, dat begrijp ik, maar het is onzin. Stop ermee en luister. Ten eerste maak ik zelf wel uit wat ik vind. En ten tweede hoef ik niet beschermd te worden: niet tegen teleurstelling, want er ligt echt geen depressie op de loer als ik vind dat het niet goed was, en evenmin tegen de illusie of het streven toptrainer te worden. De wereld van de toppers, hoe leuk en interessant ook, is de mijne niet. Ook in andere takken van sport waarin ik training gaf had ik juist affiniteit met recreanten en relatieve beginners, omdat dat een dankbaar volkje is waaraan je veel kunt sleutelen en veel kunt bieden.
Ik ben een vrij normaal mens, hoop en denk ik, en ik kan beter willen zonder naar de sterren te reiken. Een tien hoef ik niet te worden, maar die zevenenhalf moet er een keer komen. Punt uit, dank voor je begaanheid, maar bemoei je er niet te veel mee...
 
Verantwoordelijkheid
 
Als je erover nadenkt is training geven een zware verantwoordelijkheid. De geringste fout die je als trainer van Eemsmond Runners kunt maken is nog wel dat het niet lukt gewenste prestaties te halen. Veel erger is dat lopers blessures kunnen oplopen door een trainingsbelasting die jij verzint, en een val kunnen maken of verkeersongeluk kunnen krijgen in het Boze Buiten waar de training zich nu eenmaal afspeelt. Elke training vraagt daarom nadenken en scherpte, zowel vooraf als tijdens.
 
Het ideaalplaatje is volgens mij dat je als trainer je loper(s) goed beoordeelt, eventueel ook test. Zo ontstaat er een beeld van mogelijkheden en beperkingen en, volgende stap, kun je nauwkeurig bepalen waar je mee bezig moet, waar je verbeteringen wilt zien (in jargon: 'adaptaties'). Op die basis kun je oefenstof kiezen en die vervolgens uitwerken in trainingsschema's voor langere en kortere tijd ('periodiseren'). Met tussentijds evalueren en bijstellen moet je dan een heel eind komen.
 
Mooi, maar voor mij ook hoog gegrepen. Ik merk dat het fundament, die allereerste stap van het beoordelen van lopen, al meteen gruwelijk moeilijk is. Hardlopen is een snelle, cyclische opeenvolging van deelbewegingen die zich in fracties van seconden in het hele gebied tussen kruin en teen afspelen. De onschuldige verschillen in loopstijl moet je negeren en de werkelijke fouten in looptechniek moet je herkennen, hun oorzaken doorzien, er gericht op trainen en over adviseren. Nou, dat valt niet mee. Ik probeer goed te kijken. Heel langzaam begin ik ook meer te zien, maar oorzaken blijven haast altijd ongrijpbaar en het coachende praatje met de individuele loper komt er dan vaak evenmin. Als ik sta en kijk, zoals het moet volgens al die trainers die vinden dat zelf meedoen aan de training een slechte gewoonte is, sta ik vaak met mijn mond vol tanden.
 
Dus ren ik toch. Als trainer doe ik normaal gesproken mee aan het in- en het uitlopen en haast altijd loop ik her en der delen van de kern mee. Een terzijde, dat echter voor mij belangrijk is: afhankelijk van de loper(s) die ik volg gaat dat soms langzaam en vaak snel (mijn hamstrings, vooral links, zijn een vergaarbak geworden van 'myofasciale trigger points'). Er zijn bovendien onderbrekingen. Een goede en complete training zoals die het beste zou zijn voor mijzelf, als loper bedoel ik, wordt het nooit. Die training naderhand of de volgende dag alsnog doen zit er vrijwel niet in want moe word ik wel en mijn tijd raakt ook gewoon op. Sinds ik training geef loop ik zelf dan ook veel minder. Training geven is daar niet de enige reden voor, maar het is zonder meer een belangrijke.
De Monnikenloop in maart, de bevrijdingsvuurestafette in mei, een Veluwse 'safari-jog' in augustus en een 1/8 triathlon in september: in het afgelopen seizoen heb ik als loper toch hoogtepunten beleefd. Maar ik mis de halve marathons en zie de kans slinken ooit een hele te lopen. Het lijkt erop dat het geven van trainingen een prijs vraagt waar ik niet voor gekozen heb maar die me overkomen is. Maar nee. Die strijd is nog niet gestreden. In de komende herfst en winter wil ik de lange duurloop herontdekken. Dat moet!
 
Terug weer. Een tweede gevolg van het feit dat visuele beoordeling zo moeilijk is, is dat ik erg bezig blijf met het verloop van de training, dus meer met 'wat moet' dan met 'wie' en 'hoe'. Dat zorgt voor ongeduld en haast. Dan wil ik te snel door naar het volgende onderdeel en bied ik lopers geen of te weinig rust op momenten waarop die er juist moet zijn.
Ook kan ik verslappen, zeker als ik langere tijd heb stilgestaan om te observeren en dat weinig heeft opgeleverd. Dan gaan we bijvoorbeeld tijdens het uitlopen te snel zonder dat ik dat in de gaten heb.
Het zijn dingen die in de toekomst moeten veranderen.
 
Het begin van mijn trainingen moet dat ook. Wat ik er nu voor bedenk is allesbehalve willekeur, toch zijn het keuzes voor de korte termijn. In plaats daarvan wil ik toe naar een langeretermijnplan met een goede spreiding van stof over (delen van) het seizoen. Ik weet nog niet goed genoeg hoe ik dat aan moet pakken, maar dat het er een keer van gaat komen is zeker.
Voor kracht zal er dan meer aandacht zijn dan tot nu toe, want hoe meer ik lees en leer, hoe meer ik overtuigd raak van het belang daarvan. Momenteel laten we er met z'n allen een knagend gat vallen en dat wil ik opvullen. Probleem is alleen dat ik van krachttraining nog minder weet van dan van looptechniek. In de trainersopleiding was het al hoegenaamd geen onderdeel en mijn lijf is het tastbare bewijs dat de aanleg en kennis evenmin in mijn eigen fysiologie te vinden zijn. Misschien kan ik er deze winter mee aan de slag.
Ik ben ten slotte mijn eigen proefkonijn. Wat ik anderen wil leren moet mijzelf ook lukken, of liever: moet mijzelf éérst gelukt zijn. Met welke geloofwaardigheid en welk recht kan ik van lopers verlangen dat ze dingen doen en leren die ik zelf niet beheers? Grrr, ik krijg het maar niet voor elkaar mijn pasfrequentie te vergroten...
Er blijft gewoon nog veel, heel veel te doen.
 
In de eerste tientallen van mijn trainingen ben ik aan het onderzoeken en uitproberen geweest. Dat mag geleidelijk aan iets minder geworden zijn, helemaal over is het nog steeds niet. Meestal keek ik na afloop matig tevreden terug, maar altijd was er wel iets dat beter kon en soms was dat veel: minstens twee trainingen gingen grondig de mist in, twee resulteerden blijkens later ontvangen reacties in bovenmatige spierpijn.
Een echte routine binnen een veilige comfort zone is training geven niet geworden maar dat hoeft ook niet, want niemand wordt er beter van als de lat op enkelhoogte ligt. Langzaam aan is het wel steeds iets makkelijker gegaan. Vanaf november 2016, ruwweg een half jaar en veertig trainingen na m'n diplomering, geef ik de trainingen uit het hoofd, zonder spiekbriefje. Ik zit daar wel vaak als een middelbare scholier voor te stampen: an auf hinter neben in mit nach nächst nebst samt bei seit von zu zuwider entgegen ausser aus gemäss gegenüber binnen. In vergelijking met het prille begin weet ik beter wat te doen, gaan meer dingen als vanzelf en zijn er vaker momenten om van te genieten. Momenten waarop de groep hard werkt zijn altijd leuk, de keren dat iemand zich trainbaar toont en iets oppikt van feedback, of gewoon laat weten dat een training of een onderdeel ervan leuk was ook.
 
Groepen
 
Het meest heb ik in de afgelopen anderhalf jaar nog geleerd over doelgroepen. Daar was door middel van een leestekst ook aandacht voor in de trainerscursus, maar ik vond het een nogal obligaat verhaaltje en voor mij kwam er niet veel uit. Uit de praktijk des te meer.
 
Neem nou groep 3 van het Groningse Astrea, waarvoor ik in de vorige herfst (de tijd vliegt) zes maal als trainer inviel. Ik had leuke trainingen bedacht, vond ik zelf, er ook veel tijd in gestoken, maar zag pas achteraf in dat ik de groep met mijn interval, fartlek en wisselduur-met-drie-tempo's helemaal fout benaderd had. Niemand klaagde hoor, maar voor mij was het een goede les. Wat ik ondanks eerdere bezoeken volledig gemist had was dat in die groep het gros gewoon veelzijdig wil bewegen en lopen, met vast zo nu en dan een versnellinkje, maar zonder verder-reikende doelen. Dat kan dus, weet ik nu. Dat mensen, ook jonge mensen, lopen om het lopen zelf en om wat dat brengt, maar dat ze niet de ambitie hebben 'beter' te worden. Het was een nieuw besef voor mij en het kwam mede zo laat doordat er elke week toch ook wel iemand meedeed die juist wel ambitie had maar die even met een vriendin meekwam, of die na een blessure een makkelijke training verkoos, of zo.
 
De pubers van het Hogeland College van juni 2017 zijn weer een ander verhaal. Begrijp me goed, ik vind kinderen leuk, ook als ze twaalf, dertien of veertien jaar oud zijn. Maar zo'n hele klas is toch iets aparts.
Ik deed alweer erg mijn best na langdurige en zorgvuldige voorbereiding en volgens mij waren er ook echt wel leerlingen bij wie de clinic aansloeg. Die probeerden dat echter niet te laten merken, want de meeste van hun soortgenoten zagen onvermoede hinderpalen. Wauw. Nog nooit eerder hoorde ik in zo korte tijd zoveel redenen om niet te sporten, en allemaal hoogst zwaarwegend natuurlijk, dat begrijp je: ik ben te laat naar bed gegaan, ik heb mijn spullen vergeten, het is te heet, ik heb niet ontbeten, ik ben moe, ik heb spierpijn, ik heb kniepijn, mijn schoenen hebben noppen en doen pijn, ik moet morgen naar de dokter en daar zie ik tegenop, mijn linkersok zit rechts... Maar geef ze een bal om achteraan te lopen en ze doen weer mee, merkte ik ook, al is het met achterlating van de andere helft, die liever kletst. In de eerste klassen ging een tikspel de mist in want, legde de gymleraar vertrouwelijk uit, de kids hadden net ontdekt dat jongens en meiden toch echt verschillen en ze waren daarmee een periode ingegaan waarin ze elkaar niet meer durfden vastpakken. Waar je al niet aan moet denken, als je training geeft.
Hoewel een moeizame, was het geven van die clinics ook een bijzondere ervaring die ik niet had willen missen. Heel opvallend vond ik de grote onderlinge verschillen. Ik had alleen de klassen 1 tot en met 3, dus een tamelijk homogene leeftijdsgroep. Daarbinnen zag ik echter het hele spectrum: van jongeren met tragisch slechte motoriek en conditie tot sierlijk bewegende en atletische jongens én meiden, de jongens dan meestal luidruchtig en met bravoure, de meiden eerder van het type 'teer talent'.
 
En dan zijn wijzelf er ook nog. Ik kan mij inmiddels voorstellen dat er uit Eemsmond Runners zomaar vijf trainingsgroepen te vormen zouden zijn: lopers van 10 kilometer en meer die de ambitie hebben hard(er) te gaan versus die dat alleen maar lekker willen (uit)lopen, hetzelfde voor afstanden rond 5 kilometer en ten slotte de groep starters die naar z'n eerste 5 kilometer toewerkt. De grenzen tussen die groepen vervagen echter weer doordat ambities niet enkel verschillen tussen lopers, maar ook tussen perioden: een paar maanden van hard werken worden dan gevolgd door een verslappping, vaak omdat beslommeringen buiten het lopen beslag leggen op tijd en energie, het lijf even niet wil (helaas, we zijn geen twintig meer), of een vakantie in de weg zit. Er zijn er binnen Eemsmond Runners denk ik maar weinig die een heel seizoen lang drie maal per week hardlopen, zelf of met de groep.
We zijn een vreemde cocktail van wensen en mogelijkheden, nogal een uitdaging voor een cluppie met twee trainers. We zullen altijd concessies doen en onvermijdelijk zal de een net iets meer het gevoel krijgen aan zijn of haar trekken te komen dan de ander.
 
Eemsmond Runners
 
Volkomen anders dan bij Astrea, leeft bij een aantal lopers van Eemsmond Runners de overtuiging dat de kern van de training zo rap mogelijk van start moet. Misschien vormen die lopers niet de meerderheid maar ze zetten de toon. Inlopen oké, maar loopscholing (door René vaak 'hupsen' en door mij wel 'gymnastiek' genoemd) is een uitstel dat niet te lang moet duren: we willen doormalen en kilometers turven!
Door een kwade mix van zowel overtuiging dat het nuttig is als onderschatting van de bestaande afkeer en de benodigde tijd heb ik een paar maal gezondigd en ben ik te lang doorgegaan. O jee. Tot in het bestuur is er over gesproken. René en ik hanteren daarom nu de richtlijn dat de kern van start moet om 19.35 uur. Het mag eens 19.40 uur worden, maar er is toch echt een grens en ik heb geleerd dat overschrijding van die grens irritaties geeft die nog ver voorbij de training kunnen nasmeulen.
Tegen de achtergrond van die dreiging zijn het inlopen, losmaken en de loopscholing zoals ze in mijn trainingen zitten langzaam maar zeker toegegroeid naar wat de groep wil, denk ik althans, en dus eenvoudiger en korter geworden dan gebruikelijk was bij Gerhard Lugard, mijn 'praktijkbegeleider' tijdens de trainerscursus. Heel eerlijk gezegd heb ik daar zelf gemengde gevoelens bij: ik geloof in het nut van méér, maar realiseer me ook dat concessies goed zijn omdat de training er is voor de lopers en niet andersom. Bovendien moet ik eerlijk zijn: een lang en doorwrocht voorspel zoals Gerhard Lugard het losjes uit de mouw schudt kan ik ook na lange voorbereiding niet geven, daarvoor schiet ik zelf tekort.
 
Direct gevolg van de 19.35-richtlijn is dat er een zekere druk staat op het begin van de training, uitgerekend het stuk dat haast altijd uit verschillende, min of meer losse maar dichtopeengepakte onderdeeltjes bestaat. Die druk wordt alleen maar groter door het praatje-vooraf dat vaak nodig is en, realiseer ik me in het volle besef van mijn schuld, doordat het voor mij vaak een hel(s)e opgave is de sporthal te bereiken vóór of om 19.00 uur. Toch kan het begin van de training een succes zijn. Al wat ervoor nodig is, is oplettendheid en medewerking. Echter, eerlijk is eerlijk, daar mankeert het wel eens aan.
Ik merk dat lopers soms niet opletten en niet doen wat ik vraag. Waarschijnlijk is het dan voldoende zes seconden lang boos te zijn en te herhalen dat er gewerkt moet worden omdat dat ten slotte is waarvoor we bijeen gekomen zijn. René kan dat goed (ik bewonder hem erom), maar ik ben een softie en ronduit slecht in zulke dingen. Het effect op mij is dat ik ga twijfelen: wat is er mis?, doe ik iets fout?, bevalt de training niet?, is het misschien ronduit strontvervelend?, ben ík strontvervelend? Het zijn op zichzelf goede vragen om van tijd tot tijd te stellen, maar dan toch liever ná de training.
Ook al schreef ik hierboven dat ik naar een langeretermijnplan toe wil, wát we doen is allesbehalve willekeurig, er is over nagedacht. Er zitten algemene elementen in om een looplijf startklaar te maken, en meer specifieke om dito effecten te bereiken. Soms werken we in 'rijtjes' en vraag ik om in een sukkeldrafje in het rijtje terug te keren. Zelfs dat verzoek heeft een reden, dus het deugt niet wanneer lopers terugwandelen alsof ze in de Heerestraat aan het shoppen zijn (heus, zo ziet het eruit!). Ze vinden kennelijk niet dat ik de zwaarte van oefeningen onderschat en dat het sukkeldrafje teveel gevraagd is, want dat zeggen ze niet. Ze saboteren gewoon?
Je begrijpt waar mijn appèl op neerkomt: een simpel let op en doe mee. Tenzij je echt goede reden hebt om anders te kiezen, want dat kan natuurlijk, en dat mag. Maar laat dan even weten en stap wat naar de achtergrond.
Dan ten slotte die ene aanhangende kwestie: het kletsen. De grappen. Wat ik daarvan denk? Ik denk: gráág, kom maar op! Daar is de training namelijk ook voor, we zijn sociale wezens en praten en lachen hoort erbij. Maar er zijn natuurlijk momenten waarop ik als trainer iets te melden heb. Ik maak geregeld mee dat er dan niet door al het praten heen te komen valt en ik maar domweg sta te wachten tot ik eindelijk 'mag'. Dat is irritant. Niet doen dus, even kop dicht en opletten. De momenten zijn kort en ze zijn makkelijk te herkennen: simpel oogcontact kan wonderen doen.
En nu we dat gehad hebben kan ik weer terug naar mezelf.
 
Ik wil meer weten van de biomechanica en de techniek van lopen, van welke spier(groep)en wanneer wat doen en hoe je ze traint, van de energielevering tijdens lopen en van de herstelprocessen daarna, van blessureleer en ga maar door. Ook het beeld dat ik heb van welke trainingsvormen welke effecten geven is me nog te globaal. Het is onder meer van belang bij het maken van schema's.
Ik geloof namelijk in kennis. De gebruiksaanwijzing mag dan onleesbaar ingewikkeld of misschien onbereikbaar zijn, ergens in de diepte is een mens ook 'gewoon' een machinerie waar meer uit te halen moet zijn naarmate je er meer van weet. Of niet soms?
Er zijn trainers die betogen dat training geven een kunstvorm is, een soort magie. Training geef je zonder absolute zekerheden, zeggen ze, maar inspiratie, gevoel en intuïtie wijzen de weg.
Het mag tegenstrijdig klinken, maar hen geloof ik ook. Ik denk alleen dat er eerst een soort basis moet zijn die uit kennis bestaat, en dat de Fingerspitzen pas daar voorbij de doorslag geven. Kunst is dus iets voor gevorderde trainers. Laat mij eerst maar de kennis verwerven om een gewone Basis Looptrainer 3 te worden. Dat is uitdaging genoeg, voor de komende jaren.

afbeelding van Bert

Reacties

Jessica

Wat een prachtig, duidelijk, lang ;) en eerlijk verhaal. Voor jou: ga zo door en voor mij: ik weet wat ik (niet meer) moet doen. Of het lukt...? :)

De Eemsmondloop 2016 wordt mede mogelijk gemaakt door:

Landjuweel aardappelen Scherer Gevoel voor wonen Taxi UVO touringcar
Autobedrijf Sietsema Koop Straal- en Coatingbedrijf Buikema Schildersbedrijf
Veldman Bouwbedrijf Jasper Scholtens Timmerwerken Autobedrijf Den Hartogh
H. Pilon Assurantiekantoor Zijlstra Sport Kantoor Vreugdenhil
Coop Verstraete supermarkt Architect Nienhuis Sikkema Bouw
Cafetaria Coralie Boogtools Eemshaven Tandartsenpraktijk Uithuizen
Lentemaheerd Autobedrijf Harry Kremer Nico Transport
Accountantskantoor Spijk B.V. Aannemersbedrijf Sietsema Makelaardij-hypotheken&assurantie Poort & Woltjer
De Splinter Tuinhoutcentrum en blokhutspecialist Goudgewas Visrestaurant- Kegelbanen tGemeentehuis Usquert
Lourens Landbouwmechanisatie Gemeente Eemsmond 100% fit Accuservice Lijnema
Prevent IVG   Woortman Elektrotechniek